Thee in kunst

Thee in kunst

Thee speelt al lange tijd een rol in de huishoudelijke taferelen van de kunst en literatuur. Achttiende-eeuwse portretten beelden rijke damilies af rond de theetafel, met porselein en theeblikken als blijk van hun goede smaak.

De kalme, zuivere energie van thee inspireerde ook schrijvers. Franse auteurs uit de zeventiende en achttiende eeuw, zoals Racine, liepen ermee weg, net als de Britten. "Thee! Gij zacht, gij ingetogen, wijs en eerbiedwaardig vocht. Gij vrouwelijke, tongstrelende, vleiende, hartverruimende, pimpelende hartversterker (...)", schreef Colley Cibber in 1708. De romantische dichters Coleridge en Byron schreven over thee en ook Shelley dronk de ene na de andere kop.

De Japanse hakuimeester Issa noemde zichzelf de `kop-thee`dichter, als symbool voor zijn liefde voor het dagelijks leven. James Joyce nam de stoom uit de fluitketel en het namaak Crown Derbyporselein op in de beschrijving van een dag in het leven van Leopold Bloom in Ulysses. Jane Austen, Henry James, Tolstoj, Toergenjev en Thackeray beschouwden thee in hun werken als onderdeel van het dagelijks leven. Lewis Caroll geeft theetijd in Alice in Wonderland een absurde draai met het theekransje van de Mad Hatter en Proust gebruikt wat in thee geweekte koekkruimels als inleiding voor Le temps retrouvé.

Reacties

Wees de eerste om te reageren...

Laat een reactie achter
* Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.
* Verplichte velden
Wij slaan cookies op om onze website te verbeteren. Is dat akkoord? Ja Nee Meer over cookies »